|
|
Maar in 1924 werd de superioriteit van de Britten bedreigd door een verrassende vondst in Afrika. In de Buxton kalkgroeve ten noorden van Kimberley, waar diamanten gedolven werden, bevond zich naast gewoon spierwit kalk ook verontreinigde kalk, die roze gekleurd was. In het roze materiaal zaten botten. Een medewerker van de kalksteengroeve, ene De Bruin, verzamelde al een paar jaar schedels van bavianen. Op een dag viel hem een vreemde schedel op. Hij stuurde hem op naar het hoofd van de medische faculteit van Johannesburg, Professor Raymond Dart, een anatoom. Op 28 november 1924 trouwde de beste vriend van Dart. Dart was getuige. Op het moment dat hij zich verkleedde, werd er een kist met onbekende inhoud bezorgd. Er zaten brokjes kalksteen in en een fossiele schedel. Dart had in Engeland een prima opleiding in hersenanatomie genoten. Hij zag meteen dat het niet van een aap kon zijn. "Er ging een rilling van opwinding door me heen. Het was geen gewone aapachtige schedel", schreef Dart later. Bijna iedereen zou de schedel aan hebben gezien voor een chimpanseeschedel maar Dart wist dat hij iets bijzonders op het spoor was. Dart had iets van een wetenschappelijke dwarsligger. Waarschijnlijk sprak het hem erg aan dat hij enkele van de gevestigde ideeën van zijn tijd onderuit kon halen. Een daarvan was dat een dergelijke vondst uit het verkeerde werelddeel kwam. Men vond dat alles wat belangrijk was zich in Europa moest hebben afgespeeld. Volgens blanke Europese mannen moesten we in Europa zijn ontstaan: "Wij konden toch niet uit Afrika komen? Moet je zien, hoe primitief Afrika is." Het was uiterst onwaarschijnlijk dat de oorsprong van de mens op het grote "zwarte" continent gezocht moest worden.
|