|
|
Domestic consumption can be broken down into spending on goods and spending on services. Spending on goods includes spending on food, drink and tobacco, on durable goods and on other goods. Durable goods are goods that in principle last more than one year: clothes and textiles, shoes, furniture, consumer electronics and cars.
|
|
|
De binnenlandse consumptie valt uiteen in bestedingen aan goederen en bestedingen aan diensten. Tot de goederenconsumptie behoren de uitgaven aan voedings- en genotmiddelen, aan duurzame goederen en aan overige goederen. Duurzame goederen zijn in principe gebruiksgoederen die langer dan een jaar meegaan. Hiertoe behoren onder meer kleding en textiel, schoenen, meubels, consumentenelektronica en auto’s. Tot de overige goederen worden gerekend: energie, motorbrandstoffen en alle andere consumptiegoederen die niet als voedings- en genotmiddelen of duurzame goederen worden beschouwd. Denk hierbij aan medicijnen, boeken, bloemen, cosmetica of schoonmaakmiddelen.
|