|
|
“Heer, U heeft het geroep van onze vaderen gehoord in Egypte. U opende de Rode Zee voor hen en leidde hen er veilig doorheen. Toen leidde U hen op wonderlijke wijze door de woestijn, met een wolkkolom overdag en met een vuurkolom ’s nachts. Brood uit de hemel hebt Gij hen gegeven voor hun honger en water voor hen uit een rots doen komen voor hun dorst. U heeft hen daadwerkelijk grote genade betoond. Maar zij handelden misdadig en verhardden hun nek en luisterden niet naar Uw geboden. Maar Gij zijt een God van vergeving, genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en hebt hen niet verlaten” (zie Nehemia 9: 9 -17).
|
|
|
When the Levites finished this lengthy list of “precedent actions” by God, they prayed boldly: “Now therefore, our God, the great, the mighty…who keeps covenant and mercy, do not let our trouble seem little before you...for you are our gracious and merciful God” (Nehemiah 9:32, 31). The Levites bound God to his Word. They were confident in asking him for mercy, because they had a historical knowledge of his forgiving, tender mercies: “Many times you delivered them according to your mercies” (9:28).
|
|
|
Als die Leviten diese längere Aufzählung von „Präzedenz-Handlungen“ durch Gott beendet hatten, beteten sie freimütig: „Und nun, unser Gott, du großer, starker und furchtbarer ... der den Bund und die Gnade bewahrt, lass nicht gering vor dir sein all die Mühsal, die uns getroffen hat ... Denn ein gnädiger und barmherziger Gott bist du!“ (Nehemia 9,32.31). Die Leviten banden Gott an sein Wort. Sie waren zuversichtlich darin, ihn um Barmherzigkeit zu bitten, weil sie eine historische Kenntnis seiner Vergebung und Barmherzigkeit hatten: „Du hörtest vom Himmel her und rettetest sie nach deinen Erbarmungen viele Male“ (9, 28).
|
|
|
Toe die Leviete klaargemaak het met hierdie lang lys van “presedent dade” deur God, het hulle met vrymoedigheid gebid: “Onse God, groot, magtige en gedugte God, wat die verbond en goedertierenheid hou, laat dan nou al die moeilikheid nie gering wees voor u aangesig nie...want U is ‘n genadige en barmhartige God” (Nehemia 9:32,31). Die Leviete het God tot sy Woord verbind. Hulle het met vrymoedigheid Hom om genade gevra, omdat hulle ‘n historiese kennis gehad het van sy vergewende, teer barmhartighede: “hulle na u barmhartigheid baiekeer gered” (Nehemia 9:28).
|