|
|
Bulgakov, still ponde-ring the problem of the master's guilt (and his own, for what he considered various compromises, including his work on a play about Stalin's youth), went back to his notes and revisions from 1936, but lightened their severity with an enigmatic irony.
|
|
|
, uit 1938, was door Boelgakov aan de trypiste gedicteerd op basis van deze laatste revisie, met nog heel veel veranderingen terwijl het vooruit ging. In 1939 bracht hij nog verdere veranderingen aan, waarvan de meest belangrijke de bestemming van de held en de heldin betroffen. In de laatste handgeschreven versie, wordt de bestemming van de meester en Margarita hen aangekondigd door Woland en bestaat ze erin om Pilatus te volgen op het pad van het maanlicht om Jesjoea en vrede te vinden. In de getypte versie wordt de bestemming van de meester door Levi Mattheüs aangekondigd aan Woland, in naam van Jesjoea, en zijn lot is niet om Pilatus te volgen, maar om naar zijn 'eeuwig toevluchtsoord' te gaan met Margarita, in een eerder Germaans-romantische setting, met muziek van Schubert en bloeiende kerselaren. Wanneer Woland dan vraagt, 'Maar waarom neem je hem niet mee, naar jullie toe, naar het licht?' antwoordde Levi treurig: 'Niet het licht komt hem toe,rust komt hem toe.' Boelgakov, die nog steeds tobde over het probleem van de schuld van de meester (en van zichzelf, voor de vele compromissen de hij dacht te hebben gesloten, ondermeer door het schrijven van een toneelstuk over Stalin's jeugd), greep terug naar zijn nota's en revisies van 1936, maar relativeerde ze met een raadselachtige ironie. Dit moest de definitieve oplossing zijn. De meester moet duidelijk niet gezien worden als een heldhaftig martelaar voor de kunst of als een Christusfiguur. Boelgakovs vriendelijke ironie is een waarschuwing tegen de vergissing, die in onze tijden vaker voorkomt dan we misschien denken, van artistiek meesterschap gelijk te stellen met een soort van heiligheid, of, in Kierkegaards termen, van het esthetische te verwarren met het ethische.
|