|
|
Pärast transiitvedu läbi Pakistani, Iraani ja Türgi hargneb marsruut lõunaharuks, mis kulgeb läbi Kreeka, endise Jugoslaavia Makedoonia Vabariigi, Albaania, Itaalia, Serbia, Montenegro ning Bosnia ja Hertsegoviina, ning põhjaharuks, mis kulgeb läbi Bulgaaria, Rumeenia, Ungari, Austria, Saksamaa ja Madalmaade, kusjuures viimane on teine jaotuskeskus edasitoimetamiseks teistesse Lääne-Euroopa riikidesse.
|
|
|
Heroïne komt via twee hoofdroutes in Europa terecht. De van oudsher belangrijke Balkanroute speelt nog steeds een essentiële rol in de heroïnesmokkel. De route splitst zich na doorvoer via Pakistan, Iran en Turkije in een zuidelijke tak via Griekenland, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Albanië, Italië, Servië, Montenegro en Bosnië-Herzegovina, en in een noordelijke tak via Bulgarije, Roemenië, Hongarije, Oostenrijk, Duitsland en Nederland, waarbij Nederland fungeert als secundair distributiecentrum voor andere West-Europese landen. Heroïnevangsten in 2004 wijzen erop dat de zuidelijke tak qua gesmokkelde hoeveelheden nu even belangrijk is geworden als de noordelijke tak (WDO, 2005; INCB, 2006a). Sinds het midden van de jaren negentig wordt heroïne ook steeds vaker via de “zijderoute” Europa binnengesmokkeld (maar in mindere mate dan via de Balkanroute), dat wil zeggen via Centraal-Azië (met name Turkmenistan, Tadzjikistan, Kirgizië en Oezbekistan), de Kaspische Zee en de Russische Federatie, Wit-Rusland of Oekraïne, naar Estland, Letland, sommige noordelijke landen en Duitsland (nationale Reitox-verslagen, 2005; CND, 2006; INCB, 2006a). Hoewel dit de belangrijkste routes zijn, wordt er nu ook heroïne via landen op het Arabische schiereiland (Oman, Verenigde Arabische Emiraten) van Zuid- en Zuidwest-Azië naar Europa gesmokkeld (INCB, 2006a). Daarnaast is voor Europa (en Noord-Amerika) bestemde heroïne in 2004 onderschept in Oost- en West-Afrika, het Caribisch Gebied en Midden- en Zuid-Amerika (CND, 2006).
|