|
|
Als dit beeld juist is, en wij inderdaad afstevenen op een “revolutie in maritieme zaken”, wordt deze zienswijze ogenschijnlijk nog niet gedeeld door de meest vooraanstaande handelsnaties en marine-machten van de wereld. Hoewel zij te maken hebben met aanhoudende beperkingen op de defensie-uitgaven en grote uitdagingen betreffende de grote herkapitalisatie van de vloot, blijven de meeste investeren in een oceaanbevarende marine: voorbeelden zijn de aanhoudende inspanningen van Brazilië, Frankrijk, India, Italië, Rusland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten om in de een of andere vorm een vliegdekschipvermogen in stand te houden, of verder uit te bouwen. In het geval van China gaat het om het verwerven ervan(2). En dan is er de gestage groei over de hele wereld in de aantallen en het vermogen van helikoptercarriers en amfibische schepen, die geoptimaliseerd zijn voor het controleren van de zee, het projecteren van macht, het verlenen van humanitaire hulp en vooruitgeschoven aanwezigheid (Australië, China, Frankrijk, Italië, Japan, de Republiek Korea, Nederland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten).
|