|
|
(1597.4) 142:2.4 Daarna vervolgde Jezus: ‘Als je kinderen nog heel jong en onvolwassen zijn en als je ze dan moet kastijden, kunnen zij denken dat hun vader boos is en vol verontwaardiging en gramschap zit. Door hun onvolwassenheid kunnen zij niet verder zien dan de straf, de vooruitziende, corrigerende liefde van de vader onderkennen zij niet, maar wanneer diezelfde kinderen eenmaal volwassen mannen en vrouwen zijn geworden, zou het dan niet dwaas zijn als zij zouden blijven vasthouden aan die vroegere misvattingen over hun vader? Als mannen en vrouwen dienen zij nu hun vaders liefde in al die vroege kastijdingen te onderkennen. En moet de mensheid, bij het verstrijken der eeuwen, ook niet des te beter de ware natuur en het liefhebbende karakter van de Vader in de hemel gaan begrijpen? Welk profijt hebt ge van opeenvolgende generaties van geestelijke verlichting, indien ge God hardnekkig blijft zien zoals Mozes en de profeten hem zagen? Ik zeg tot u, Jakob, in het heldere licht van dit uur moet gij de Vader zien zoals geen van allen die u zijn voorgegaan, hem ooit gezien heeft. En als ge hem zo ziet, zoudt ge u moeten verblijden dat ge het koninkrijk kunt binnengaan waar zulk een barmhartige Vader regeert, en moeten trachten uw leven voortaan te laten domineren door zijn wil van liefde.’
|
|
|
142:2.1 Under påskfestligheterna i Jerusalem deltog en viss Jakob, en förmögen judisk köpman från Kreta, och han kom till Andreas och bad om att privat få träffa Jesus. Följande kväll arrangerade Andreas ett hemligt möte med Jesus hemma hos Flavius. Denne man kunde inte förstå Mästarens förkunnelse, och han kom för att han önskade få mer ingående information om Guds rike. Jakob sade till Jesus: ”Men Rabbi, Mose och de forna profeterna säger oss att Jahve är en svartsjuk och ängsligt vaksam Gud, en Gud vars vrede är stor och ilska fruktansvärd. Profeterna säger att han hatar missdådare och hämnas på dem som inte åtlyder hans lag. Du och dina lärjungar lär oss att Gud är en vänlig och medlidsam Fader, som så älskar alla människor att han välkomnar dem in i detta nya himmelrike, som ni förkunnar att är så nära.
|