|
|
Het klassiek technisch-wetenschappelijk onderwijs is een één probleem-één oplossing onderwijs terwijl het typische ingenieurswerk, nl. projecten en ontwerpopdrachten, gekenmerkt wordt door één probleem-vele oplossingen. Dit vergt een complexe vaardigheid die aangeleerd kan worden door onderwijs dat de werkelijke situaties benadert. Deze complexe vaardigheid, hier een combinatie van technische en sociale vaardigheden, bestaat erin dat de student in staat moet zijn om een project in ploegverband efficiënt uit te voeren, daarbij zich de nodige technische kennis aan te leren en deze ook toe te passen en over het project(werk) te rapporteren. De hierbij nodige technische vaardigheden bevatten de aanpak van een technisch project (definitie, situering, analyse en identificatie deelproblemen, globaal ontwerp, fazering en planning, realisatie) en het daarbij zelfstandig zoeken, vatten en toepassen van theoretische kennis. Ook het gebruiken van typische ingenieurstools zoals meettoestellen en computerprogramma's hoort bij de technische vaardigheden. Onder de sociale vaardigheden worden elementen als het werken in groep, het communiceren, het vergaderen en het verdelen van taken gerekend. Tenslotte moeten de resultaten meegedeeld worden. Dit betekent verslaggeving en mondelinge presentatie van een project en dit sluit aan bij het opleidingsonderdeel ingenieur-toolbox uit de eerste kandidatuur.
|