|
|
Le Nigéria, la Côte d’Ivoire, le Sénégal, le Togo, le Ghana et le Bénin apparaissent comme les principaux pays de destination des fonds. Les escrocs ont de plus en plus recours à l’utilisation d’intermédiaires situés en Europe de l’Ouest pour recevoir les fonds et ensuite les retransférer vers l’Afrique de l’Ouest.
|
|
|
De geldstroom die kenmerkend is voor ‘Nigeriaanse’ oplichting gaat van Noord-Amerika, West-Europa of het Arabisch Schiereiland naar verschillende landen in West-Afrika. Vooral Nigeria, Ivoorkust, Senegal, Togo, Ghana en Benin komen vaak voor als uiteindelijk bestemming van de fondsen. De oplichters maken echter steeds meer gebruik van tussenpersonen gevestigd in West-Europa om de fondsen te ontvangen en dan verder door te sturen naar West-Afrika. Op die manier wordt er een bijkomende barrière geplaatst tussen de dader en het slachtoffer. Wanneer deze tussenpersonen in België gevestigd zijn, kunnen de verrichtingen opgesplitst worden in een gedeelte ontvangsten van opdrachtgevers in andere Westerse landen enerzijds en een tweede luik verzendingen naar begunstigden in West-Afrika. Indien het slachtoffer zich in ons land bevindt, kunnen er in het kader van ‘Nigeriaanse’ oplichting ook verzendingen vastgesteld worden naar tussenpersonen in andere Westerse landen, en dus niet enkel rechtstreeks naar begunstigden in West-Afrikaanse landen.
|